Leuk in het wielrennen te blijven! De Deen Lars Bak (43) zette eind 2019 een punt achter zijn actieve wielercarrière, maar bleef na z’n wielerpensioen in de koers. Het 1e jaar als ploegleider bij NTT, 2 jaar als algemeen manager van het vrouwenteam Uno-X en op regelmatige basis als co-commentator bij de Deense zender TV 2. Onder meer de komende 3 weken in de Tour.


Kopmannen
Lars Bak weet als geen ander hoe het er in een Grote Ronde aan toe gaat. In z’n lange carrière stond hij niet minder dan 20 keer aan de start van een rondekoers van 3 weken. Hij reed 10 keer de Giro, 8 keer de Tour en 2 keer de Vuelta. Slechts 2 keer geraakte hij niet aan de finish. In z’n 1e Giro, precies 20 jaar geleden, haalde hij aan het einde van etappe 18 de tijdslimiet niet. En in de Giro van 2016 kon hij na een val in de slotrit niet meer verder.
De Deen reed 7 seizoenen bij de Belgische Lotto-formatie. Voordien was hij actief bij onder meer het CSC Pro Team, Saxo Bank en HTC High Road. Wat betekent dat hij in z’n carrière met Fabian Cancellara, Mark Cavendish en André Greipel enkele grote kopmannen kende. Hij boekte ook mooie persoonlijke successen. Etappewinst in de Giro van 2012, in z’n debuutseizoen bij Lotto-Belisol, steekt er bovenuit. Toen won hij in Sestri Levante met kleine voorsprong op onder meer Jan Bakelants.
In z’n rijk gevulde loopbaan boekte hij nog een aantal mooie zeges. Zijn naam staat op de erelijst van de Ronde van de Toekomst. Hij won ook etappes in de Ronde van Wallonië (2007) en Eneco Tour (2009). Ook de Grote Prijs van Fourmies (2009) staat op z’n palmares. In de Ronde van Denemarken strandde hij 3 jaar op rij – van 2013 tot en met 2015 – op de 2e plaats.



Enkel tv
“Halfweg 2019 besliste ik zelf dat het genoeg was geweest”, blikt Lars Bak terug op het einde van z’n carrière. “Ik ben 18 jaar prof geweest, was bijna 40 toen ik stopte en in mijn laatste seizoen kon ik bij Dimension Data nog de Tour rijden. Daarna heb ik geen nieuw contract meer gezocht. Dit is mijn 4e jaar op wielerpensioen, maar ik ben altijd in de koers kunnen blijven. Heel leuk!”
Allemaal verleden tijd. “Dit jaar werk ik enkel voor televisie”, verduidelijkt de Deen. “In 2020 was ik sportdirecteur voor NTT, daarna werkte ik 2 jaar voor Uno-X. Tussendoor deed ik al een aantal opdrachten voor tv. Het 1e jaar als co-commentator in de Tour was een beetje vreemd. Want het jaar voordien koerste ik nog met en tegen iedereen uit dat Tourpeloton. Intussen zijn we enkele jaren verder en heb ik wat meer afstand kunnen nemen.”
“Ik volg het allemaal op de voet”, gaat Bak verder. “Dat is ook nodig. Ik heb veel connecties, ik volg de jongeren die aan de deur komen kloppen. Want ik moet weten waarover ik spreek. Eerder dit jaar heb ik ook Parijs-Roubaix gedaan. De wereldkampioenschappen doe ik ook, de Tour voor vrouwen eveneens en straks ook een deel van de Vuelta. Het gaat zowat op en neer. Maar ik wil ook wat tijd bij mijn familie doorbrengen. Vandaar dat ik dit jaar enkel tv-opdrachten aanvaard.”



Deense bril
Lars Bak woont in het Groot-Hertogdom Luxemburg. Na z’n carrière is hij ook blijven fietsen. “De competitie mis ik niet”, benadrukt hij. “Ik probeer iedere ochtend 2 tot 3 uurtjes te fietsen. In beweging blijven is goed voor het hoofd, maar ook voor de rest van mijn lichaam. Dat probeer ik te blijven doen.”
Net als iedereen kijkt hij in de Tour uit naar het verwachte duel tussen Tadej Pogačar en Jonas Vingegaard, de meest recente Tourwinnaars. “Dat duo koerst op een ander niveau”, vindt Bak. “Ik zou verrast zijn indien zij niet op 1 en 2 eindigen. Wat mij betreft is de strijd heel open. Vraag is of Pogačar na z’n polsbreuk in Luik-Bastenaken-Luik al 100% in orde is. Natuurlijk draag ik een Deense bril. Ik hoop dat Vingegaard wint. Maar vooral hoop ik dat de beste wint. Vorig jaar was dat overduidelijk Vingegaard.”
In deze Tour is er meer dan Pogačar en Vingegaard. “Veel meer zelfs”, beaamt Lars Bak. “Denk maar aan Mathieu van der Poel, Wout van Aert en Mads Pedersen. En wie zal in Parijs de 3e plaats in het eindklassement halen? Het lijkt me een bijzonder interessante Ronde van Frankrijk te zullen worden.”