
Baptiste Planckaert reed 4 jaar voor Intermarché-Wanty. Maar daar trok hij op het eind van 2024 de deur achter zich dicht. Dit seizoen 2025 verdedigt hij de kleuren van Van Rysel Roubaix. Nog 1 seizoen wil hij alles geven, voor hij op 31 december 2025 zijn fiets aan de haak hangt. Wat hij na zijn wielercarrière gaat doen, zal moeten blijken. Maar zijn stalen ros van stal halen om te gaan gravelen, zal alvast niet gebeuren.


Intermarché-Wanty
Baptiste Planckaert deed op het eind van het seizoen 2024 een stap terug uit de WorldTour. De West-Vlaming trok van Intermarché-Wanty naar het Franse Van Rysel Roubaix. “Na zoveel jaren in het peloton had ik het allemaal wel gezien in het wielerwereldje. Ik had er totaal geen zin meer in”, klinkt het. “Toen kwam de vraag van Van Rysel of ik niet bij hen wilde komen rijden. Ze zagen in mij een perfecte wegkapitein. In die rol kan ik meer mijn eigen ding doen. Daarom heb ik beslist er nog een jaartje bij te doen. Dat is een beter afscheid dan ik zou gehad hebben bij Intermarché-Wanty.”
Vorig seizoen 2024 was voor Planckaert een jaar met gemengde gevoelens. “Binnen de ploeg hing er wel een goeie groepssfeer. Ik kwam binnen de ploeg met iedereen goed overeen. Aan de andere kant waren er ook enkele minpunten. Die kon ik minder goed aan me voorbij laten gaan. Zonder daar verder over te willen uitweiden, kon ik daar niets aan doen.”
De 2 partijen gingen op een niet zo prettige manier uit elkaar. “Er is tussen mij en de ploeg nooit gepraat geweest. Toen voelde ik aan dat ik niet echt kon blijven. Het is blijven aanslepen tot 30 september om 8u ’s avonds vooraleer ik het papier kreeg met mijn ontslag. Ter verduidelijking, dat moet uiterlijk 1 oktober ingediend zijn. Dus dat was allemaal vrij lastminute. Dat is jammer als je 4 jaar bij zo’n ploeg rijdt en alles voor ze doet. Het afscheid had iets mooier gekund.”


16 seizoenen
16 seizoenen zal Planckaert gekoerst hebben bij de profs, wanneer hij op 31 december 2025 zijn fiets aan de haak hangt. Maar hij kijkt tevreden terug op zijn leven als wielerprof. “Als belofte had ik nooit verwacht profrenner te worden. Dus dat ik het zo lang heb kunnen doen, dat is mooi. Dat geeft me een goed gevoel. Ik ben nooit echt een groot talent geweest met spraakmakende overwinningen op mijn palmares. Dus ik denk dat ik wel tevreden mag zijn over hoe het allemaal gelopen is.”
Zijn broers Edward en Emiel hebben echter nooit samen met hem in eenzelfde ploeg gereden. En dat vindt de West-Vlaming wel jammer. “Op een bepaald moment heeft het niet veel gescheeld of Edward en ik gingen samen voor Wanty rijden. We trainen samen, maar als je in eenzelfde ploeg zit en samen koersen kunt rijden, dat had toch nog net iets anders geweest. Maar de dingen draaien niet altijd uit zoals je wilt. Daar is niets aan te doen.”
Met zijn transfer naar Van Rysel doet hij een stap terug, maar de WorldTour verlaten doet voor Planckaert allesbehalve pijn. “Op WT-niveau ging het voor mij niet echt gemakkelijk. Ik moest altijd mijn uiterste best doen en volop trainen. Koersen in de WorldTour was sowieso anders. Je moest altijd voor iemand anders rijden die meer kans maakte. Nu kan ik meer mijn eigen mogelijkheden benutten. Die koersen op lager niveau zijn veel toffer omdat ze minder gecontroleerd zijn. Er kan altijd iets verrassends gebeuren.”


Roubaix Lille Métropole
De omgeving bij de Franse continentale ploeg is voor de West-Vlaming niet vreemd. In 2014 en 2015 reed Planckaert al eens voor Van Rysel Roubaix. Toen heette die ploeg nog Roubaix Lille Métropole. “Ik ken nog enkele mensen uit de staf, waaronder de ploegleider. Ze hadden veel vertrouwen in mij en zagen het zitten om met mij samen te werken. De koersen die ze rijden liggen me wel. Ze zijn goed georganiseerd, dus mijn keuze was snel gemaakt.”
Wat zijn wielerpensioen hem brengt, weet Planckaert nog niet. “Er zijn wel wat ideeën die in me opkomen, maar daar is nog niet echt iets concreets voortgevloeid. Later kan ik daar hopelijk meer over vertellen. Wat wel vast staat is dat ik niet ga gravelen of iets dergelijks. Eens de fiets aan de haak hangt, is het gedaan. Ik zal enkel sporadisch nog eens een plezierritje maken als het goed weer is.”

