De renners kregen in rit 17 van de Giro d’Italia 2025 opnieuw een copieus menu met eerst de Passo del Tonale. Daarna volgde de verschrikkelijke Mortirolo om dan nog Le Motte als dessertje voorgeschoteld te krijgen alvorens ze Bormio binnenreden. De Mortirolo heeft nauwelijks geheimen meer, maar die Passo delle Tonale wilde onze redacteur wel eens ontdekken.


De alsmaar rechtdoor col
We vertrekken in de latere namiddag in Male, wat als de voet van de oostelijke zijde van de klim kan worden beschouwd. Van hieruit is het 25 km tot de top. De eerste 10 km zijn eerder lichtlopend, wat een ideale opwarming is voor wat komen gaat. Om dezelfde reden wordt deze col ook regelmatig opgenomen in het Giro-parcours. Van hieruit kan je makkelijk naar illustere cols als de Mortirolo en de Gavia, die op hun beurt op de weg naar de Stelvio liggen. De weg van de Passo del Tonale is in het begin wel een vrij drukke verbindingsas en vrachtwagens en bussen scheuren ons voorbij. Gelukkig houden ze voldoende afstand.
De ‘Tonale’ wordt door profrenners zeker als een makkie beschouwd. Maar de laatste 15 km hellen gemiddeld 6%. Meer moet dat voor ons niet zijn. Zeker niet nu de benen nog verzuurd aanvoelen van de inspanningen van gisteren. Er staat veel wind vandaag en die blaast fors in het nadeel, wat de Tonale zwaarder maakt dan wat die zou moeten zijn. Voor ons ziet de lucht er grijs en grauw uit. Als dat maar goed komt!
Het wegdek is ruw en we proberen de meeste scheuren en putten te vermijden. Verderop zullen we stroken met vers asfalt krijgen. Dat doet men wel meer ter gelegenheid van de Giro. Er duiken dan ook regelmatig spandoeken op met ‘Grazie Giro per il nuovo asfalto’, weet Giro-kenner Renaat Schotte.




Pech onderweg
In Ossana draaien we uit de Val di Pejo en geeft de berg er meteen een ruk aan. Even geeft onze teller 10% aan om dan weer naar 7% af te vlakken. We passeren een bord dat ons duidelijk maakt dat we op 1.000 meter hoogte zitten. Nog 877 hoogtemeters te gaan. De weg blijft in lange stukken rechtdoor lopen, misschien wel jammer. De westelijke kant van de klim heeft wel prachtige haarspeldbochten, weten we. Maar daar kopen we hier niets voor. We kijken links naast ons naar het dal, waar we steeds hoger uitstijgen. Intussen is ons opgevallen dat er elke km een blauw bordje staat waar we kunnen aflezen op hoeveel hoogte we zitten, wat de hellingsgraad van de volgende km is en hoeveel km het nog tot de top is. Zo kunnen we aftellen.
Maar net voor Vermiglio slaat het noodlot toe: ons achterwiel komt helemaal los wanneer we even op de pedalen dansen. Het was ons al opgevallen dat het schakelen heel moeilijk ging en de ketting op een wat vreemde manier begon te ratelen. “Geen probleem”, denken we, “want we hebben het juiste sleuteltje bij”. Maar blijkt dat we het moerdopje intussen verloren zijn. Er zit niets anders op dan bijna stapvoets af te dalen naar ons beginpunt, want daar kruisten we een fietsenmaker. En inderdaad, de man die geen enkel woord Engels of Frans spreekt, ziet het probleem en weet het op een bepaalde onorthodoxe manier te herstellen.
We nemen de campervan die we van onze partner Alpha Motorhomes in bruikleen hebben. En rijden tot in Vermiglio, waar we daarnet voet aan grond zetten. We zijn misschien wel een klein beetje gek, maar niet in die mate dat we de col 2 keer gaan oprijden. Herbegonnen in Vermiglio volgt weer een nijdig stukje, afgewisseld met een bijna vlak stuk. Het is zowat het enige onregelmatige deel van de klim.




Forte Strino
Niettegenstaande er op het parcours van de Giro ‘litter zones’ zijn aangeduid waar renners hun afval kunnen droppen, zien we hier en daar toch een uitgeknepen gelletje op de grond liggen. Aan 1 ervan doet een hagedis zich tegoed. Maar die ritselt weg als wij naderen. Zou die horen hoe wij intussen toch al puffen? Niet de steiltegraad van de klim maar het ruwe asfalt en de tegenwind begint ons toch stilaan wat uit te putten.
We passeren de ruïne van het Forte Strino. Die kondigt het mooiste deel van de klim aan: het asfalt is hier vernieuwd. De weg slingert nu toch een beetje en 2 keer moeten we door een ‘galleria’, een stuk overdekte weg waardoor je onder een waterval rijdt. Een aparte sensatie die in de zomer lekker verkoelend moet werken! Links zien we intussen de besneeuwde toppen van het Brenta-massief. We zijn intussen het bord van de laatste 3 km gepasseerd en 500 meter verder begint de klim merkbaar af te zwakken.
Helaas wordt het wegdek weer abominabel. In de verte zien we het skistation op de top van de pas liggen. Omdat we inmiddels over hooguit ‘vals plat’ spreken, schakelen we wat groter om in gezwinde draf het dorp op de top te bereiken. Er zijn weinig plaatsen troostelozer dan een verlaten skidorp in de regen bij avondschemering. Snel een fotootje nemen bij het bord van de Passo del Tonale om aan het thuisfront te bewijzen dat we ook deze col op ons lijstje mogen bijschrijven.
Win tickets voor het Wattage Festival 2025 in Oostende!

