Tijdens het WK Gravel, dat dit weekend 5 en 6 oktober 2024 plaatsvindt, staan behoorlijk wat interessante namen op de startlijst, vaak profs en ex-profs uit de WorldTour. 1 van de opvallendste namen op ons persoonlijke lijstje behoort echter niet tot die categorie: Jari Verstraeten (35) is nu 12 jaar serieus met wielrennen bezig en won Belgische en wereldtitels, ritten in Azerbeidzjan en de Tour du Faso. De Gentenaar fietst zich bijna overal waar hij komt in de kijker.


Bataia
In het wat alternatieve circuit van de amateurtijdritten wemelt het van de ‘late roepingen’. Atleten tussen pakweg 35 en 45 die ongelofelijk hard met de fiets kunnen rijden. Ze blinken uit in taaiheid, uithouding en submaximaal vermogen. Stuurvaardigheid en explosiviteit zijn dan weer niet hun sterkste kanten. Verstraeten is een uitzondering op die regel: regerend wereldkampioen Gran Fondo Tijdrijden en vorig jaar Belgisch Kampioen Elite 2, tijdens 1 van de snelste kampioenschappen die in België ooit werd gereden.
Verstraeten is een materiaalfreak, zo blijkt. Al vroeg in het gesprek wil hij weten met welke tijdritfiets wij rijden. “Een Giant Trinity? Snel! De vorige versie, zonder schijfremmen, is nog altijd 1 van de snelste fietsen die er zijn….” En voor en na ons gesprek is de bandenkeuze voor het WK Gravel een belangrijk topic tussen hem en de technische ploeg van Bataia, het Gentse team waar Verstraeten voor rijdt.
“De bandenkeuze wordt heel belangrijk op dit parcours in de Brabantse Wouden”, verzekert Verstraeten ons. “Ik ben net gaan verkennen. Als het droog blijft, dan kan je bijna met slicks rijden. Maar als het er nat bij ligt, dan gaan zelfs de meeste profielbanden meteen volledig dichtslibben.”



Start je met enige ambitie tijdens het WK Gravel?
Jari Verstraeten: “Neen, daarvoor rijden er te grote namen mee. En er spelen ook nog andere dingen in mijn nadeel. Het startsysteem, bijvoorbeeld. Op de 1e rij heb je een handvol voorbehouden plaatsen, voor de winnaars van qualifiers. En daarna is het ‘first-come-first-served’. Wie een goede startplaats wil, moet dik anderhalf uur voor de start in de startbox plaatsnemen. Als je dat niet doet, ben je een hele wedstrijd op achtervolgen aangewezen. Tussen deelnemers van heel verschillend technisch niveau.”
“In de gravelwedstrijd van Aachen verscheen ik ruim op tijd aan de start, maar stond ik toch al hopeloos ver achteraan. De winnaar heb ik pas na de aankomst gezien, die is zelfs nooit in het vizier gekomen. Ook tactisch is het heel specifiek. Parcourskennis is alles. Zo heb je deelnemers die vlak voor een singletrack nog net voor een tegenstander en een paar tragere voorliggers in duiken. In de hoop dat die tegenstander dan een poosje opgehouden wordt door die tragere deelnemers.”
Is daar nog werk aan de winkel voor de UCI en de organisatoren?
Jari Verstraeten: “Misschien wel. Maar Gravel is nog een erg jonge en explosief groeiende sport. En is op dit moment waarschijnlijk een beetje het slachtoffer van zijn eigen succes, zoals dat ook bij triatlon ooit het geval was. Maar de sport evolueert snel, er wordt voortdurend verbeterd en aangepast. Aan die groeipijnen wordt gewerkt, die gaan er wel uit.”


Vorig jaar 2024 werd je Belgisch kampioen bij de elite zonder contract, dit jaar 2024 werd je wereldkampioen Gran Fondo Tijdrijden. Welke titel deed je het meeste plezier?
Jari Verstraeten: “De 1e, zonder twijfel. Na 2 podiumplaatsen in het tijdrijden was de titel pakken op de weg toch een droom. Die titel was altijd al een doel. Het was ook nog eens in Putte, de gemeente waar mijn moeder nu woont. Mooier kon eigenlijk niet.”
Zeg eens, hoe win je een BK dat met een gemiddelde van 49 km/u wordt gereden?
Jari Verstraeten: “Wel, heel nipt, en in de sprint. En door heel economisch met mijn krachten om te gaan. Op een biljartvlak parcours wordt het een zware en tactisch lastige wedstrijd, dat weet je op voorhand. De eerste 120 km heb ik zo zuinig mogelijk gereden. Dat was op voorhand het plan. In de laatste 10 km geraakte ik voorop in een groepje van 6. We reden nooit ver voor de achtervolgers uit, en het werd een beetje een tactisch steekspel. Ik was al een keer 3e en een keer 2e geworden en ik dacht dat het opnieuw op een ereplaats zou uitdraaien. Maar toen had ik toch nog die jump in huis.”
Lees het vervolg van dit interview hier verder!


