
We maken ons stilaan op voor de Belgische kampioenschappen veldrijden. Die staan voor 11 en 12 januari 2025 geprogrammeerd en vinden plaats op de snelle en technische omloop van Zolder. Voor een vooruitblik is het nog te vroeg, want in 4 weken kan er nog veel gebeuren. Maar het lijkt ons al interessant om eens terug te blikken. Wie van de beloftenkampioenen van destijds heeft het écht waargemaakt, en wie niet?


Vandebosch en Aerts
Als we de recente erelijst van de mannen U23 bekijken, is het zeker nog te vroeg om een oordeel te vellen over de jongste winnaars. Emiel Verstrynge, de primus begin dit jaar 2024 en ook in 2022, timmert gestaag verder aan de weg. Ook Witse Meeussen, beloftenkampioen in ’23 in Lokeren, kan regelmatig in de elitecrossen een ereplaats bemachtigen. In ’21 werd het kampioenschap in Meulebeke afgelast door te slecht weer.
Het jaar daarvoor won Toon Vandebosch op het strand van Sint-Anneke in Antwerpen. De kempenaar is nog steeds vooral een zandspecialist en in die wedstrijden is een ereplaats nooit ver weg. In de modder van Kruibeke trok Timo Kielich het laken naar zich toe. De Limburger is nagenoeg uit het veldrijden verdwenen. Hij concentreert zich op de weg en blijkt een sterke eindspurt te hebben. Bij zijn ploeg Alpecin-Deceuninck wordt hij zelfs af en toe als kopman uitgespeeld. Zo won hij dit jaar de Volta Classic en werd 2e in de Antwerp Port Epic.
Thijs Aerts won goud op de nationale kampioenschappen in 2016 en 2018. Dat was respectievelijk in Lille en Koksijde. Hij is bijgevolg ontegensprekelijk een ‘zandman’. Opmerkelijk: zijn oudere broer Toon werd nooit Belgisch beloftenkampioen, want verloor de strijd in 2015 in Erpe-Mere van Laurens Sweeck en in 2014 in Waregem van Jens Adams.



Aernouts en Baestaens
Laurens Sweeck was trouwens in 2013 ook al de betere van Gianni Vermeersch, die net als Kielich het crossen voor de weg (en het gravel) verruilde. In bovenstaand lijstje ontbreekt 2017. In Oostende zegevierde toen ene Quinten Hermans. Nog zo’n Alpecin-renner die met succes de switch naar de weg maakte. De gebroeders Roodhooft hebben daar blijkbaar een neus voor.
Van alle bovenstaande renners kan ofwel worden gesteld dat ze het bij de profs in het veld of op de weg hebben gemaakt. Ofwel is het nog te vroeg om een eindoordeel te vellen. Graven we dieper, dan kunnen we dat wel: Wietse Bosmans, de sterkste in Gits in 2012, is intussen gestopt. Hij werd dat jaar 2e na Lars Van der Haar op het beloften-WK en deed dat een jaar nadien nog eens over. Toen was Mike Theunissen hem te snel af. Bosmans zijn opmars werd geremd of zelfs verhinderd door de ziekte van Lyme. In 2020 kapte hij ermee.
Duiken we verder in de erelijst van de beloftenkampioenschappen, dan stuiten we in 2011 op Joeri Adams. Toevallig of niet zou zijn 3 jaar jongere broer Jens 3 jaar later ook Belgisch U23-kampioen worden. Beiden hadden of hebben een abonnement op top 10-plaatsen in grote crossen. Maar écht grote overwinningen bij de profs kwamen er helaas nooit. Een beetje zoals Jim Aernouts, kampioen in 2010 in Oostmalle, en Vincent Baestaens, kampioen in 2009 in Ruddervoorde. Goeie crossers die grossierden in top 10-plaatsen, maar die nooit écht de absolute top bereikten.
Dan deed Tom Meeusen, beloftenkampioen in 2008 in Hofstade, het beter. Hij heeft toch diverse topcrossen op zijn palmares staan, waaronder de zware Koppenberg- en Druivencross. Terwijl hij toch eerder een man voor snelle omlopen was! Meeusen, intussen 36, crosst nog steeds bij de elite en wel in het bescheiden Cyclis-Van den Plas-team. Hij wil daarbij vooral zijn ervaring aan de jongeren in de ploeg doorgeven.



Gouden generatie
Gaan we nog verder terug in de geschiedenis, dan komen we bij de gouden generatie van het Belgische veldrijden. Sven Nys werd 5 jaar op rij Belgisch kampioen bij de jongeren: in ’94 en ’95 bij de junioren en de volgende 3 jaar bij de beloften. Daarin meteen gevolgd door Bart Wellens, die bij de beloften de jaren ’97 tot en met ’99 voor zijn rekening nam. In 2001 werd de Kempenaar opgevolgd door Sven Vanthourenhout, een topcrosser die moest opboksen tegen de allergrootsten in de geschiedenis van het veldrijden. De West-Vlaming behaalde niettemin heel wat medailles en overwinningen, maar zou pas écht furore maken als bondscoach.
In 2002 werd Wim Jacobs kampioen, de 2 daaropvolgende jaren was dat Wesley Van der Linden. Geen slecht woord over die jongens, maar de echte doorbraak kwam er nooit. Beiden werden versmacht door de iets oudere Nys en Wellens, maar ook door de nieuwe vedette: Niels Albert werd Belgisch beloftenkampioen in 2006 en 2007, respectievelijk in Tervuren en Hamme-Zogge. Albert zou met zijn techniek, power en bravoure meteen de oudere generatie Wellens, Nys, Vervecken, Groenendael,…. het leven zuur maken. Tot hartritmestoornissen een einde maakten aan 1 van de grootste talenten ooit in het veldrijden….
WielerVerhaal Giveaway: XL Speedrocker spatbordenset van SKS Germany!


