Na een lange carrière op de fiets staat Jos van Emden nu aan het roer bij de vrouwenploeg van Visma | Lease a Bike. De ploegleider is direct, eist professionaliteit en ziet een sport die razendsnel groeit, maar tegelijkertijd nog grote stappen moet zetten op tactisch en collectief vlak.


Directe aanpak
Het gaat goed met de vrouwen van Visma | Lease a Bike. Volgens ploegleider Jos van Emden zet het team elk jaar stappen vooruit en wordt de selectie in de breedte steeds sterker. Hij doet het werk op zijn eigen manier, al was de overstap vanuit het mannenpeloton even wennen. “Toen ik hier in 2024 begon, wist ik dat natuurlijk niet zeker. Ik had al 20 jaar in een andere wereld geleefd”, vertelt de Nederlander over zijn start.
Van Emden staat bekend om zijn directe manier van communiceren. “Ik kan nogal direct zijn, ja; Wat dan weer vaak opgevat wordt als negatief”, beseft hij. Toch heeft hij de afgelopen jaren veel bijgeleerd in de omgang met zijn ploeg. “De rensters weten nu dat ik het goed met hen voor heb. Ik heb mijn ietwat harde kantjes wat bijgeslepen en geleerd dat niet iedereen er hetzelfde in staat als ik. Soms moet ik hier een omweg maken om hetzelfde te bereiken.”
Ondanks die persoonlijke aanpassingen weigert hij zijn rensters anders te behandelen op het gebied van topsport. “Ik wil hen niet zien als vrouwen, het zijn gewoon topsporters voor mij. Daarom wil ik ook niet te lief voor hen zijn. Je wordt betaald om hard te fietsen, toch? Daar horen bepaalde dingen bij, ook dat je het te horen krijgt als het niet goed is. Complimenten uitdelen is zeker niet mijn sterke punt.”


“Mannenpeloton van de jaren ’70”
Die harde eis voor professionaliteit botst soms met de huidige staat van het vrouwenwielrennen. Van Emden ergert zich aan het gebrek aan ploegentactiek in het peloton. “Iedereen heeft een rol in een ploeg. Daar loopt het vrouwenwielrennen nog ver achter op de mannen. Veel vrouwen zitten er nog steeds in voor zichzelf. Het ploeggebeuren is nog voor veel rensters niet heel duidelijk en dat staat ver van wat ik zou willen.”
De tactische keuzes in grote koersen laten volgens hem dan ook vaak te wensen over. “Als ik tv aan het kijken ben, dan roep ik vaak hard om wat ze überhaupt denken. Vaak wordt er niet eens gedacht.” Hij kan zich daarom goed vinden in een recente uitspraak van een oud-renner over de ontwikkeling van de sport. “Die zei: ik zie het vrouwenwielrennen nu als het mannenwielrennen in de jaren ’70. Nou, dat vond ik wel een goede vergelijking.”
Bij Visma probeert hij die mentaliteitsomslag wél te maken, zodat iedereen haar rol accepteert. Ambities om terug te keren naar een mannenploeg heeft hij momenteel niet. “Ik wil liever goed worden in wat ik nu doe. Het draait om performance. Ik ben niet in de wieg gelegd om mensen blij te maken. Ik heb hier de vrijheid en wil daarop afgerekend worden, ik wil niet alleen maar doen wat anderen willen.”


Het ontbrekende middenveld
Hoewel de sport zich in rap tempo ontwikkelt, maakt Van Emden zich zorgen over de basis. De kloof tussen betaalde WorldTour-ploegen en clubteams is volgens hem gigantisch. “Dat moet eruit, dat helpt de sport niet vooruit. Ik verbaas me er nu nog vaak over dat er rensters gelost worden op een viaduct. Dat is geen professionele sport. Het groeit superhard, maar aan de andere kant groeit het niet hard genoeg.”
Een groot probleem is het ontbreken van een geleidelijk opleidingstraject waardoor rensters te snel doorstoten naar het hoogste niveau. “Als jij een dochter hebt die hard kan fietsen en een test doet, kan die al beroepsrenster worden. Bij de mannen heb je dan al heel veel stappen doorlopen en ben je geselecteerd op mentaliteit en beroepsernst. Hier kan je in de Champions League spelen zonder een opleidingsproces te hebben gevolgd.”
Dat gebrek aan brede basis heeft deels te maken met de jonge leeftijd van de sport, maar ook met maatschappelijke factoren rondom veiligheid op de weg. “Je gaat toch eerder je zoon alleen de weg op sturen dan je dochter”, merkt Van Emden tot slot op. Ondanks de uitdagingen kijkt hij positief naar de evolutie van het vrouwenwielrennen. “Als je ziet wat er in 2 jaar tijd al is veranderd, dan gaat het echt de goede kant op.”