Ruim een maand voor de start van het Amerikaanse crossseizoen zit Jules van Kempen ineens zonder ploeg. De halve Nederlander was vorige winter 1 van de seizoensrevelaties, met zeges en podiumplekken in de best bezette Amerikaanse crossen. Begin juli 2026 kreeg hij te horen dat zijn ploeg geen budget meer heeft voor een minimaal crossprogramma. Waardoor hij last minute een zoektocht naar sponsoren is begonnen.


Crash in Antwerpen
Vorig jaar was het beste seizoen uit de carrière van Jules van Kempen. Als 2e jaars elite won hij 2 keer de Kings CX in Cincinnati. Ook in de USCX Series stond hij zijn mannetje, met podiumplaatsen achter Andrew Strohmeyer en Eric Brunner. “Het was zeker mijn beste seizoen tot dusver”, blikt Van Kempen tevreden terug. “In de VS ging het goed, maar bij mijn 1e Europese cross in Antwerpen viel ik hard in de start. Ik miste een paar crossen. Gelukkig was het niet modderig daarna, want ik kon mijn fiets niet op de schouder leggen.”
Zijn goede Amerikaanse resultaten behaalde hij in de kleuren van Team Winston Salem, een ploeg die voornamelijk op de weg actief is. 3 weken geleden kreeg hij te horen dat er vanwege budgettaire redenen de komende winter geen ruimte meer is voor een veldritprogramma. “Ik heb in het begin van mijn carrière het geluk gehad om voor goed ondersteunde ploegen te rijden, zoals Alpha Bicycle en Cervélo Orange Living”, legt hij uit. “Bij Winston Salem had ik afgelopen winter al een redelijk minimaal programma. Een paar jongens hielpen me op de cross, zoals een mecanicien en mijn coach, maar de opzet was vrij basaal. We hadden niet meer tot onze beschikking dan strikt noodzakelijk.”
“We hadden een paar simpele tentjes op de cross staan”, vervolgt Van Kempen over zijn toenmalige situatie. “Ik had al mijn eigen materiaal gekocht, en regelde dat buiten de ploeg om. Ook toen ik naar Europa ging, deed ik dat alleen.” Daarbij had Van Kempen het geluk dat hij half-Nederlands is. “Ik verbleef bij mijn oom, reed overal zelf naartoe en huurde ter plekke mecaniciens in. Ik ben het dus wel gewend om het nodige zelf op te lossen. Maar nu ik helemaal geen ploeg meer heb, vergt dat wel weer een hele nieuwe puzzel.”


Peperdure onderneming
Zonder ploeg wordt het aankomende seizoen een dure onderneming voor Van Kempen, ondanks dat hij aan de oostkust woont. “Ik heb de mazzel dat de meeste Amerikaanse UCI-crossen op slechts een paar uur rijden van mijn huis liggen”, vertelt hij “Ik kan daardoor relatief makkelijk zelf in de auto stappen en ernaartoe rijden. Dan is het een kwestie van kijken of ik ergens bij vrienden op de bank kan slapen. En of zij in de materiaalpost willen staan, of dat ik anders voor een belangrijk weekend een mecanicien kan inhuren.”
Maar hoe inventief je ook bent, het blijft een peperdure onderneming. Zeker als je de oversteek naar de Europese Wereldbekers wilt maken. “Een volledig Amerikaans seizoen rijden kost voor 1 renner ongeveer 8.000 dollar, en dan doe je het echt heel minimalistisch door alle onnodige uitgaven te schrappen”, rekent Van Kempen voor. “Wil je daar bovenop nog een Europese trip maken rond de kerstperiode, dan komt daar voor mij nog eens 4.000 tot 5.000 dollar bij. En dan te bedenken dat ik gratis bij mijn oom verblijf.”
Omdat de beslissing van Winston Salem pas vrij laat viel, is de kans op een plekje bij een andere grote formatie zo goed als verkeken. “Er zijn eigenlijk nog maar 2 echte crossploegen over in Amerika, Competitive Edge en CXD-Trek”, schetst hij. “Die hebben hun selecties al een hele tijd rond. En het is toch al erg lastig om daar bij te komen als je niet in hun (opleidings)ploeg zit. Ik heb dan ook niet veel hoop meer op een nieuwe ploeg. Ik zal mijn eigen programma draaien en hoop de komende weken nog op de valreep wat privésponsors te vinden. Zodat ik niet alles uit eigen zak hoef te betalen.”


Eieren voor hun geld
Die zoektocht naar budget legt de vinger op de zere plek van het Amerikaanse veldrijden. Gevraagd naar de huidige staat van het elite-veldrijden in de VS, windt Van Kempen er geen doekjes om. “Het is best treurig om eerlijk te zijn”, zucht hij. “Ik denk dat veel renners het momenteel zwaar hebben. Er is gewoonweg weinig ondersteuning voor eliterenners. Veel van de grote crossploegen zijn verdwenen en er is weinig financiële steun vanuit de fietsindustrie. Laat staan van daarbuiten.”
Door dat structurele gebrek aan perspectief ziet Van Kempen dat veel getalenteerde collega’s eieren voor hun geld kiezen. “Voor veel crossers is het financieel onmogelijk om in het wereldje te blijven. Sommigen hebben dan ook de overstap gemaakt naar andere disciplines, zoals de weg, het gravel, of de mountainbike”, constateert hij. “We hebben in de VS echt wel veel jongens die enorm van de cross houden, maar ze krijgen gewoon niet de steun om het fulltime te doen. Ze betalen dan maar zelf voor een enkel UCI-weekend en komen voor de lol naar het nationale kampioenschap.”
Dat verklaart meteen de opvallende dynamiek op zo’n Amerikaans kampioenschap, waar regelmatig wegrenners of mountainbikers verrassend uit de hoek komen. “Omdat er nog maar weinig fulltime crossers in de VS rijden, is de spoeling soms dun”, legt Van Kempen uit. “Als een paar van onze toppers op dat moment in Europa verblijven, ontstaat er ruimte. Die weg- en mountainbikejongens zijn nog steeds superfit en beheersen de crossvaardigheden nog altijd perfect. Ze koersen alleen niet meer wekelijks in de modder, maar kunnen op zo’n dag makkelijk meestrijden om de medailles. Het is zonde dat zij niet een heel seizoen kunnen draaien”, concludeert Van Kempen over de staat van het Amerikaanse veldrijden.